Jan Wandelaar

By Jos Goedmakers

Voorbijgangers kunnen ‘m in z’n huis horen, waar hij alleen verblijft. Hij praat vaak hardop. Nu des te meer. ‘Is er dan niemand die me meer begrijpt? Waarom bekommert bijna geen mens zich meer om me? Dat was vroeger wel anders, toen ik nog voor vol werd aangezien. Waarom verdomme! Kan ik het helpen dat ik in deze situatie ben beland? Waarom? Ik ben toch niet gek?’
Mensen lopen door wanneer ze hem in hun ogen horen raaskallen. Ze zijn er de laatste dagen wel aan gewend geraakt.

Jan Wandelaar mist een richtinggevoel
Voelt zich meer en meer verloren
Nee niet weer een verantwoording
Hij kan zich er alleen nog maar aan storen
Geen stevig anker meer, geen zichtbaar doel

Gelukkig is daar de vierde mei. Dan vormen velen een gevoel van saamhorigheid met gevallenen. Jan Wandelaar hoort niet bij de laatste groep, maar voelt zich ongeveer net zo. Hij ziet in zijn richting een stuk onzichtbaar medeleven door anderen, zoiets.

Elk jaar bezoekt hij op 4 mei een begraafplaats voor gevallen helden uit de Tweede Wereldoorlog. Dat is ‘m bijna met de paplepel ingegoten. Te drukke momenten mijdt hij. Dan zijn er immers altijd mensen bij wie het niet echt om de gevallenen gaat, maar om andere, onbelangrijke redenen. Dat is althans zijn visie.
Dit jaar kiest hij voor een Poolse begraafplaats. Misschien wel omdat juist de Poolse soldaten teveel ondergewaardeerd zijn in die afgrijselijke oorlogsjaren.

Jan Zych

Jan Wandelaar loopt langzaam naar een willekeurig kruis
De plek van Jan Zych, daar blijkt hij voor te kiezen
Knielend voor het kruis kan hij zich niet bedwingen
Waarom jij, Poolse held, waarom moest je zoveel verliezen?
Misschien mooie dromen, veel levenszin, een prachtig thuis

‘Meneer, u praat steeds harder’, roepen enkele speelse kinderen die ook zweven langs de graven. Het kan Jan even niets schelen, omdat hij tegen Jan Zych nog iets hoorbaars zeggen moet.

Verdomme Jan, jij had jouw anker, een doel
Jij hebt verloren maar we zijn je niet vergeten
Nee, verantwoorden hoef je je gelukkig niet meer
Laat mij hier liggen, zegt Wandelaar verbeten
Ik heb er zoveel redenen voor, je moest eens weten
Nog meer ellende, wat ik nu voorvoel

Jan Wandelaar neemt afscheid, kijkt enkele graven nog diep in de ogen, en verlaat langzaam de plaats waar rust heerst. Waar doden liggen, die dat als helden hoe dan ook verdienen.
Hij moet weer het onleefbare leven in, en krijgt een schouderklopje van een oudere man die zijn woorden heeft gadegeslagen.

Jan Wandelaar, ooit ben je echt bevrijd
Wanneer je in die andere dimensie arriveert
Waar godzijdank geen plaats is voor tijd
Het moment zal komen waarbij men echt in je is geïnteresseerd