In herfst- en wintermaanden slaat de griep altijd het hardst toe. Uit een nieuwe studie blijkt dat het virus het best gedijt bij lage temperaturen en lage luchtvochtigheid.
Relatief zachte en vochtige lucht uit het westen tot zuidwesten is dus de komende maanden om gezondheidsredenen veruit te prefereren boven koude, oostelijke winden die meestal een lage luchtvochtigheid kennen.

Iedere winter moet menigeen het bed houden met een griepje. Er zijn verschillende verklaringen voor de onvermijdelijke griepgolf in de koude maanden. Zo is er gesuggereerd dat het gebrek aan ventilatie de bacteriën binnenhoudt. Ook is gezegd dat mensen meer binnen zijn en zo makkelijker virussen op elkaar overdragen of dat het immuunsysteem zwakker is in de winter. Afdoende wetenschappelijk bewijs voor deze hypotheses is er volgens het blad Science niet. Maar viroloog Peter Palese heeft ontdekt dat temperatuur en luchtvochtigheid een rol spelen bij de overdracht van het virus.
Proefdieren
Enkele grieperige proefdieren werden naast gezonde exemplaren gezet. Bij 5 graden Celsius en een lage luchtvochtigheid van ongeveer 25 procent ging het griepvirus zonder moeite over op de gezonde proefdieren.
Bij een luchtvochtigheid van boven de 80 procent of een temperatuur van dertig graden Celsius kreeg het griepvirus geen vat op de gezonde proefdieren.
Naar verwachting is het griepvirus stabieler bij lage temperaturen en lage luchtvochtigheid. Het verhogen van luchtvochtigheid in bijvoorbeeld verzorgingshuizen zou een mogelijkheid zijn om griepgolven daar tegen te gaan. Nadeel is wel dat bij een hoge luchtvochtigheid andere bacteriën goed gedijen waardoor bijvoorbeeld legionella weer op de loer ligt.
Ach, nog vijf maanden. Dan begint de lente weer. Wat zeuren we nou?